Schrijfster 36 uur dakloos – “Tussen deze mensen en mij zit maar één tegenslag”

straatfotografie

Lydia Rood vroeg zich af hoe is het om anno 2014 dakloos te zijn. Dakloze Henk (65) wierp zich spontaan op als haar gids in de Haarlemse daklozenwereld. In het februarinummer van Straatjournaal schrijft Lydia Rood indringend over haar daklozenbestaan voor twee dagen én een nacht. Ik mocht de foto’s maken vindt dit soort opdrachten altijd erg mooi om te doen.

Dakloze Henk (65) leidt schrijfster Lydia Rood (56) uitgebreid rond in de Haarlemse daklozenwereld. Hij laat haar kennismaken met de mensen die hun dagen noodgedwongen doorbrengen bij de Dagopvang van het Leger des Heils aan de Magdalenahof. Hij neemt haar mee naar het Aanloopcentrum van Stem in de Stad aan de Nieuwe Groenmarkt, waar ze weer anderen ontmoet. En natuurlijk komt ze ook mensen tegen op straat, in de binnenstad en in het Kenaupark.

Gedurende deze twee dagen ben ik met ze meegegaan, eerst naar de Dagopvang waar het niet makkelijk was met camera binnen te komen ivm de privacy. Daarna gingen we naar Stem in de Stad waar het altijd overdag gezellig is en er altijd iemand is waar je een gesprek mee kan voeren. De nachtopvang had ik graag naar binnen gewild maar dit mocht niet, helaas maar wel begrijpelijk.

Bij de Nachtopvang van het Leger des Heils komt Lydia Rood erachter dat iedereen dakloos kan worden: niet alleen de werkloze, gescheiden man, maar ook de bouwondernemer die failliet ging en in één klap zijn huis-met-zwembad kwijtraakte. “Tussen deze mensen en mij zit maar één tegenslag”, realiseert ze zich. Slapen op de vrouwenzaal bij het Leger des Heils is een geheel nieuwe en niet onverdeeld positieve ervaring voor de schrijfster…
“Ik slaap best lekker. Tot er opeens iemand op me klimt en worstelt om mijn telefoon te pakken.”

Volgens Lydia werd het een onvergetelijke belevenis voor haar.
Voor mij waren het bekende plekken omdat ik tijdens het maken van de foto’s voor mijn expositie ook regelmatig bij de Dagopvang en Stem in de Stad kwam. Maar iedere keer raken de verhalen mij, de ene dag zijn ze blij omdat ze een nieuw onderkomen gevonden hebben en de volgende dag zitten ze trillend aan een tafel omdat het niet doorgaat ….

Opdrachten voor het Straatjournaal doe ik graag, ze leveren altijd iets op of dat nou een mooi beeld is of een verhaal.

Van Dak tot Dak, een expositie in woord en beeld

Vorig jaar heb ik een fotoproject geexposeerd op verschillende plekken in Haarlem. Onder andere bij het NoordHollands Archief, de Openbare Bibliotheek, de Grote Bavo op de Grote Markt en daarna nog op diverse plekken in de stad.

Voor deze expositie heb ik een aantal dak- en thuislozen mensen begeleid met het in beeld brengen van hun eigen leefomgeving. het doel was om de leefwereld van dak- en thuislozen in Haarlem wee te geven en delen met de inwoners van de stad Haarlem om de leefwereld van deze groep meer zichtbaar te maken en het negatieve imago rond dak- en thuislozen te verzachten. Subdoel was dak- en thuislozen stimuleren, activeren en laten participeren in een project met een door hun zelf verwezenlijkt en tastbaar eindresultaat waar ze trots op kunnen zijn.

Dat heeft een serie beeldverhalen opgeleverd waarin ieder zijn eigen gevoel over verhuizen en zwerven van plek naar plek, geborgenheid, beschutting, en thuisvoelen ervaart. De verhuizing van ‘Stem in de Stad’ naar een nieuw onderkomen aan de Nieuwe Groenmarkt 22 vormde de aanleiding voor deze serie beeldverhalen. De beeldverhalen vormen voor de dak- en thuisloze mensen die aan dat project hebben meegewerkt een tastbaar en persoonlijk ‘zelfportret’, dat door sterke betrokkenheid en motivatie tot stand gekomen is. Naast deze expositie vormt een serie portretten die ik maakte van dak- en thuisloze mensen de basis voor een gepersonaliseerd gedicht van straatdichter Martin van den Esschert.

Stem in de Stad is een centrum op de Nieuwe Groenmarkt waar dak- en thuisloze mensen overdag terecht kunnen voor (gratis) koffie en thee. Drie keer in de week kan er (gratis) warm gegeten worden. Bij deze gelegenheid ben ik gaan werken. Eerst het eten opscheppen om zo een beeld te krijgen wat er zoal binnenkwam. Daarna ben ik aan tafel gaan zitten en gaan praten met de (overwegend) mannen.

Het viel niet mee om er tussen te komen. Het duurde wel even voordat ik het vertrouwen had. Maar toen dat eenmaal zover was kreeg ik de meest indringende verhalen te horen. Daarna vroeg ik vaak of ik buiten een foto van ze mocht maken.

Regelmatig waren er opstootjes, de meesten hebben een kort lontje. Twee gasten vlogen elkaar een keer aan terwijl ik er net tussenin zat. Af en toe ging het er heftig aan toe. Ik zou er columns vol van kunnen schrijven wat ik daar meemaakte, soms beangstigend, er was geen enkele bescherming zodra ik mijn voet daar buiten de deur zette. Maar voor mij was het heel belangrijk dat ik die portretten maakte. Het ging me niet alleen om de doorgeleefde koppen – ook het verhaal erachter interesseerde me. Hoe komt het dat iemand dakloos is geworden, wanneer ben je drugs gaan gebruiken enz. Ik ging vrij ver hierin: er kwam regelmatig een man die mij intrigeerde. Hij woonde al 1,5 jaar in een tentje op een geheime plek, niemand vertelde hij waar hij kampeerde. Ik wilde zo graag daar foto’s maken, en ben iedere keer als ik hem zag gaan vragen of ik alsjeblieft een keer langs mocht komen met mijn camera. Uiteindelijk na een paar maanden mocht het.

Hij stond ergens langs de snelweg, het was koud/nat en toch voelde ik veel warmte in zijn tentje. Hij had het op zijn manier gezellig gemaakt, er hing kerstversiering die hij bij de vuilnis had gevonden en had diverse lampjes en kaarsjes aanstaan. Hij liet foto’s zien van zijn zoon die hij niet mocht zien en vertelde ondertussen zijn levensverhaal.
Of het verhaal klopte of niet, ik ging redelijk ontdaan weg. Alles wat hij verteld had en de manier van overleven greep me aan.
Uiteindelijk is het redelijk goed gekomen met hem, hij kreeg een woning aangeboden en doet het nu heel goed. Hij is kilo’s aangekomen en is enorm positief over de toekomst.

Regelmatig ga ik nog even koffie drinken bij Stem in de Stad of ik kom daar binnen omdat de redactie van het Straatjournaal daar zit – daar maak ik reportages voor.

Nog steeds heb ik goed contact met de ‘doelgroep’ zoals ze dat noemen en schuif ik even aan voor een gesprek.

Het maakt mij niet uit of ik een directeur van een bedrijf ga portretteren of een dakloze man/vrouw. De overeenkomsten zijn misschien wel groter dan de verschillen.

Enkele reacties die in het boek stonden bij de expositie:

‘ Het is heel super prachtig geworden. Hoe kan iemand hier onaangedaan bij blijven ! Mooie beelden – mooie woorden “moet” heel groot naar buiten ‘.Tinelou van der Elsken

‘ Woord en gezicht geven mensen. Dat zag ik weer vandaag ‘.
Jan Plugbos

‘ Dat er meer is als je ziet – leer je door op een andere manier te kijken ‘
Martin vd Esschert – Straatdichter

‘ Mooie tentoonstelling ! Het is alsof je in de huid van de persoon kruipt ‘.
Lisa 13 jaar

Fotografie voor Vancis Amsterdam

Bij Vancis was ik bij de opening van het nieuwe gebouw in Amsterdam gevraagd om de MT-leden nog een keer te fotograferen en hier en daar op de werkvloer wat foto’s te schieten die ze konden gebruiken voor advertentiemateriaal. Bijvoorbeeld voor vacatures in de krant. Dit vind ik altijd de leukste opdrachten omdat ik dan veel vrijheid krijg en lekker een paar uur door het bedrijf kan wandelen, kijken naar ’n goede plek of net iets fotograferen wat je tegenkomt.

Net als deze jongen, hij wilde net een ruimte inlopen en ik vroeg of hij nog even het hoekje om wilde kijken. Het leverde een “lekker beeld’ op, zoals een van mijn docenten op de vakopleiding wel eens zei. De omgeving doet lekker mee, mensen op de achtergrond met elkaar kletsen en een sprankelende goed geklede jongen op de voorgrond. Bij bedrijfsportretten kan een locatie net iets toevoegen aan het beeld. Daarom vind ik het vaak veel leuker om naar een bedrijf te gaan in plaats van in een studio portretten maken.

De Directie zat niet echt te wachten op nog een portretfoto, ik had ze namelijk al een keer gefotografeerd in het Datacenter. Maar de afdeling Communicatie wilde nog wel op de nieuwe werkplek een paar beelden. Dat was dus even het goede moment afwachten en gelijk goed schieten. Ik dacht, het gaat mij toch niet gebeuren dat ik morgen tegen de opdrachtgever ga zeggen dat de Directie niet meer gefotografeerd wilde worden ? Kan niet bestaat niet ! Alles kan….als je maar wil.